Landinrichting Saasveld-Gammelke

tekengrootte: -+

Veelgestelde vragen

Landinrichtingsproject Saasveld-Gammelke is een langlopend en daardoor complex project. Het is daarom niet meer dan logisch dat het project vragen oproept. Hieronder staan een aantal veelgestelde vragen met de daarbij behorende antwoorden. U kunt uiteraard ook contact opnemen met de uitvoeringscommissie.

1. Welke wetgeving vormt de basis voor landinrichting Saasveld-Gammelke

De ‘Wet inrichting landelijk gebied’ (Wilg), die sinds 1 januari 2007 van kracht is, is van toepassing op de landinrichting Saasveld-Gammelke. Voor het realiseren van doelen wordt gebruik gemaakt van een inrichtingsplan zoals opgenomen in de Wilg. Gedeputeerde Staten van provincie Overijssel hebben besloten tot het toepassen van landinrichting door vaststelling van het inrichtingsplan. Hieraan gerelateerd zijn het koninklijke ‘Besluit inrichting landelijk gebied’ en de ministeriële ‘Regeling inrichting landelijk gebied’. Deze twee regelingen bevatten een aantal artikelen die van belang zijn voor de uitvoering van de herverkaveling.

2.  Wat is de status van het inrichtingsplan?
Het inrichtingsplan is in december 2008, na wijziging, opnieuw door Gedeputeerde Staten vastgesteld. In het inrichtingsplan is vastgelegd welke doelen Gedeputeerde Staten willen behalen. Gedeputeerde Staten hebben aan de uitvoeringscommissie de opdracht gegeven om de doelen die in het inrichtingsplan zijn benoemd - voor zover  mogelijk - te realiseren.

3.  Welke informatie vind ik op het verrekenformulier?
Het verrekenformulier is opgezet om inzicht te geven in de verschillen tussen de inbreng en de toedeling. Enerzijds wordt gekeken naar het oppervlakteverschil, anderzijds ook naar het verschil tussen de gemiddelde ruilklasse in de totale inbreng en de gemiddelde ruilklasse in de totale toedeling van één eigenaar (R-nummer). Alle gronden zijn ingedeeld ofwel in de categorie cultuurgrond (verdeeld over 5 ruilklassen) ofwel in de categorie ‘nihil inbreng’ (openbare wegen, waterlopen en singels breder dan 5 meter, en bossen).
Het verrekenformulier brengt hiermee het verschil in kwaliteit (hoedanigheid van de grond) in beeld, en geeft inzicht in het te betalen waardeverschil als gevolg van oppervlakte- en kwaliteitsverschil tussen ingebrachte en toegedeelde gronden.

4.  Het ontwerpruilplan heeft ter visie gelegen.
a)  Hoe ziet het vervolg van de procedure er uit?
Het ontwerpruilplan is door de uitvoeringscommissie vastgesteld, en heeft ter visie gelegen in Weerselo. Op 23 november 2009 is de bezwarentermijn gesloten. Alle zienswijzen die vóór die datum zijn binnengekomen, worden door de grondcommissie in behandeling genomen. Naar verwachting zal de behandeling van alle zienswijzen ongeveer een jaar in beslag nemen. Na de behandeling van de zienswijzen neemt de uitvoeringscommissie een besluit over de zienswijzen en wordt het ruilplan definitief vastgesteld. Het is vervolgens mogelijk om hiertegen in beroep te gaan. De ingediende beroepschriften worden door de rechtbank in Zwolle behandeld. Tegen de uitspraken van de rechtbank kan men in cassatie gaan. De Hoge Raad buigt zich tenslotte over deze zaken. Na afronding van alle bezwaren wordt het ruilplan (naar verwachting eind 2011) onherroepelijk vastgesteld.

b)  Wanneer vindt de kavelovergang plaats?
De kavelovergang staat gepland voor de winter 2011/2012. Daarna is de weg vrij voor de realisering van de toedelingsafhankelijke inrichtingsmaatregelen (inrichting natuurgebieden, aanbrengen nieuwe beplanting, uitvoering kavelaanvaardingswerken) alsmede de aktepassering.
Aansluitend op de aktepassering wordt de Lijst der Geldelijke Regelingen (LGR) opgesteld. Hierin wordt vastgesteld welke bedragen verrekend gaan worden. Voor de LGR geldt dezelfde bezwarenprocedure als voor het ruilplan: zienswijzen indienen bij uitvoeringscommissie, definitief vaststellen LGR door uitvoeringscommissie, beroep aantekenen bij rechtbank, in cassatie bij Hoge Raad en tenslotte het onherroepelijk vaststellen van de LGR. Naar verwachting zal de LGR onherroepelijk worden vastgesteld in het voorjaar van 2014. Op dat moment wordt van alle betrokkenen een contante betaling verwacht. Dat houdt in dat het volledige bedrag in één keer moet worden voldaan (zie over de financiële afhandeling vraag 5).

5.  Worden alle grenzen opnieuw uitgezet?
Niet alle grenzen worden uitgezet in het terrein. Er wordt onderscheid gemaakt tussen kadastrale grenzen die blijven bestaan en nieuwe kavelgrenzen. Voor beide geldt dat deze grenzen niet worden uitgezet, wanneer sprake is van een duidelijke relatie met bestaande topografie (bijvoorbeeld midden sloot, kant heg etc.) Voor ongewijzigde kadastrale grenzen geldt altijd dat zij niet worden uitgezet als de eigenaren aan weerszijden dezelfde zijn gebleven. In alle overige situaties worden de grenzen door het Kadaster uitgezet in het terrein en afgepaald met piketten.

6.  Financiële afwikkeling van de landinrichting
a)  Wanneer vindt de eindafrekening plaats?
De financiële afwikkeling van de landinrichting vindt plaats binnen de zogenaamde Lijst der Geldelijke Regelingen (LGR) (zie ook antwoord 3b). De afhandeling van de LGR is het sluitstuk van de hele landinrichtingsprocedure. Naar verwachting zal de LGR in 2012 en 2013 behandeld en in 2014 vastgesteld worden.

b)  Uit welke onderdelen bestaat de eindafrekening?
De financiële afhandeling bevat de volgende zaken:

Nut
Het nut wordt per eigenaar/bedrijf bepaald om de kosten, die de gezamenlijke eigenaren moeten betalen, op een eerlijke manier te verdelen. Bij de bepaling van het nut wordt met name gekeken naar de verbetering van de agrarische bedrijfsstructuur (verkaveling) en de verbetering in de ontsluiting van de kavels.

Verrekenposten
De waardeveranderingen die ontstaan als gevolg van oppervlakte- en kwaliteitsverschillen worden per eigenaar verrekend door middel van verrekenposten. Ook kan gedacht worden aan de verrekening van andere waardeverschillen, die bijvoorbeeld zijn ontstaan door verschillen in  wortel- en schaduwschade, vervallen of te vestigen erfdienstbaarheden, toedeling ’blauwe maatregel’-gronden etc.

c)  Op welke wijze vindt betaling plaats?
In tegenstelling tot de procedure onder de landinrichtingswet vraagt de Wet Inrichting Landelijk Gebied om een contante afhandeling van de LGR. Dat betekent dat het te verrekenen bedrag in één keer voldaan moet worden. De rekening wordt gepresenteerd aan degene die eigenaar was op het moment van de peildatum (01-07-2008).
Op verzoek kunnen partijen afwijken van de regel dat degene die eigenaar was op de peildatum betaalt. Een schriftelijk verzoek, door alle partijen ondertekend, dient hiertoe te worden gericht aan de uitvoeringscommssie. Eventueel kan een en ander bij de overdracht door de notaris worden opgenomen in de akte. In het laatste geval blijft de verplichting bestaan om het verzoek schriftelijk in te dienen bij de uitvoeringscommssie.

7. Inrichtingsplannen van de beken
a)  In welk stadium zijn de inrichtingsplannen van de beken, en wanneer worden de plannen in uitvoering genomen?
Voor de Gammelkerbeek is het definitief ontwerp vrijwel gereed. Daarna moet een bestek gemaakt worden. De uitvoering gaat naar verwachting eind 2010 van start.
Voor de Lemseler- en Saasvelderbeek wordt in 2010 begonnen met het maken van een definitief ontwerp. De start van de uitvoering is voorzien eind 2011.
Het definitief ontwerp voor de Deurningerbeek komt in 2011 gereed en de uitvoering start in 2012.

b) Hoe weet ik zeker of de herinrichting geen problemen oplevert voor de agrarische waarde van mijn kavels?
Alle genoemde beken krijgen een natuurlijke inrichting, natuurstroken langs de beken en in principe worden de stuwen verwijderd. Het kan zijn dat als gevolg van de nieuwe inrichting van de beek het (grond)waterpeil omhoog gaat met eventuele gevolgen voor de aangrenzende landbouwpercelen. Indien dat leidt tot een verslechtering ten opzichte van de inbrengsituatie zal de commissie passende maatregelen treffen om deze gevolgen op te heffen.

8.  Kavelaanvaardingswerken
a)  Wat zijn kavelaanvaardingswerken?
Kavelaanvaardingswerken zijn werken die plaatsvinden in het kader van het ruilplan en dienen om kavels aanvaardbaar te maken voor de nieuwe eigenaar. Een ieder heeft recht op toedeling met een zelfde aard en hoedanigheid als de inbrengsituatie.
Kavelaanvaardingswerken zullen plaatsvinden in het jaar van de kavelovergang. Het is de bedoeling dat de werken direct na het groeiseizoen starten en vóór het nieuwe groeiseizoen zijn afgerond.
In de vroegere ruilverkavelingen was nogal eens sprake van kavelverbeteringswerken waarbij niet werd gekeken naar de inbrengsituatie, maar waarbij alle kavels zo goed mogelijk werden ingericht. Deze 'luxe' is helaas verleden tijd.

b)  Hoe wordt het recht erop bepaald?
Het kan voorkomen dat de kavels, die een eigenaar krijgt toegedeeld, niet dezelfde gebruiksmogelijkheden hebben als de ingebrachte kavels. Kavelaanvaardingswerken zoals egalisatie en afwateringsmaatregelen kunnen dan plaatsvinden om de toedeling wel dezelfde gebruiksmogelijkheden te geven.
Soms zijn kavelaanvaardingswerken nodig, omdat kavelgrenzen wijzigen. Dan moeten er nieuwe grenssloten worden gegraven en moeten er soms perceelsranden worden geëgaliseerd. De eigenaren kunnen de overeengekomen werkzaamheden voor het grootste deel in eigen beheer laten uitvoeren. Slechts bij werkzaamheden op de grens tussen meerdere eigenaren zullen de werkzaamheden in opdracht van de commissie worden uitgevoerd. Hierbij gaat het meestal om het graven van nieuwe grenssloten. Indien eigenaren de werkzaamheden liever niet in eigen beheer uitvoeren, kan de commissie deze meenemen in het bestek.
Grondeigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor zaken als afrastering, hekken en vee drinkvoorzieningen. De oude eigenaar kan deze weghalen of afspraken maken met de nieuwe eigenaar.
Zaken als schaduw- en wortelschade, drainage en beregeningsbronnen worden tussen de oude en nieuwe eigenaar verrekend. Dit geldt ook voor eventuele vervuiling!

9.  Is er ontheffing mogelijk van de voorwaarden van de derogatie?
Bedrijven krijgen geen ontheffing van de voorwaarden voor derogatie bij ruilverkaveling.
Grasland telt mee voor derogatie als het in het betreffende kalenderjaar de hele periode van 15 mei tot en met 15 september grasland is.

De peildatum voor de uitbetaling van toeslagrechten is 15 mei. Dit betekent dat men de percelen die men op 15 mei in gebruik heeft, voor uitbetaling van de toeslagrechten in aanmerking kan laten komen. Men blijft echter wel het hele jaar (= kalenderjaar) verantwoordelijk voor het ingeruilde perceel voor wat betreft de randvoorwaarden of eventuele andere regelingsvoorwaarden.

De gebruiksnormen voor dierlijke mest gaan bij overdracht van het perceel na 15 mei niet over naar de nieuwe eigenaar/gebruiker.
Deze eerste gebruiker krijgt dan ook de gebruiksnorm voor fosfaat, stikstof en dierlijke mest toegewezen voor de gewassen die op 15 mei op het land staan en gemeld worden bij de Gecombineerde Opgave. Alleen als landbouwgrond in de periode van 16 mei t/m 31 oktober wijzigt van gebruiker moet men dit binnen 30 dagen doorgeven aan DR met het formulier wijziging registratie van uw percelen. Wijzigingen in grondgebruik na 31 oktober kunnen worden opgegeven met de gecombineerde opgave (GDI) van het opvolgende jaar.

Denk aan bodembemonstering van de nieuwe percelen bij derogatie.
De resultaten van deze bodembemonstering moeten voor 1 februari (in 2010 voor 1 maart) op het bedrijf aanwezig zijn, aangezien het als input dient voor het bemestingsplan.
Analyseresultaten van bodembemonstering mogen overgedragen worden door de oude gebruiker, mits de analyse resultaten niet ouder zijn dan 4 jaar. 

10. Wat houdt de peildatum van 1 juli 2008 in en kan ik daarna nog grond aankopen?
De uitvoeringscommissie gaat bij het opmaken van het Plan van Toedeling uit van de eigendomssituatie zoals deze tot 1 juli 2008 (peildatum) is ingeschreven in de Openbare Registers van het Kadaster. Na deze datum is koop en verkoop van gronden nog wel mogelijk. Echter, met de wijzigingen in de eigendomssituatie na de peildatum wordt geen rekening gehouden bij het opmaken van het Plan van Toedeling. De kans is hierdoor aanwezig dat de aangekochte grond op een andere plaats wordt toegedeeld, namelijk waar de verkoper die gewenst heeft en níet de koper.

11. Wie heeft het Plan van Toedeling gemaakt?
Het Plan van Toedeling is opgesteld door de leden van de uitvoeringscommissie en het Kadaster Zwolle. Hierbij zijn de regels voor het Plan van Toedeling toegepast.

Laatste update: 13-02-2012

Uitvoeringscommissie Saasveld-Gammelke

Tel.: 038 - 427 11 05

E-mail: info@saasveldgammelke.nl